De constructie van betekenis: hoe bewustzijn ontstaat vanuit ontwikkeling
Hieronder volgt een korte samenvatting van het artikel dat ik onlangs schreef over de oorsprong van het menselijk bewustzijn.
De constructie van betekenis: hoe bewustzijn ontstaat vanuit ontwikkeling
1. Introductie
Wat is bewustzijn? Waarom voelt de wereld zoals hij voelt? En waarom is de smaak van chocolade voor iedereen anders, maar toch herkenbaar? Filosofen noemen dit het 'probleem van het bewustzijn' en het wordt vaak behandeld als een mysterie dat nooit opgelost kan worden. Maar misschien is het minder mysterieus dan we denken.
In mijn benadering van deze vraag kijk ik naar bewustzijn zoals het zich ontwikkelt bij echte kinderen, in echte gezinnen, in echte interacties. Niet als iets dat plotseling 'aangaat' in de hersenen, maar als iets dat laagje voor laagje wordt opgebouwd. Net als taal, lopen of een gevoel voor muziek.
2. Het begint met het lichaam
Een baby komt niet onbeschreven ter wereld. Vanaf de eerste dag voelen ze hun eigen bewegingen, horen ze geluiden, zien ze gezichten en leren ze dat sommige dingen 'van hen' zijn en andere niet. Dat is de basis van het bewustzijn: een lichaam dat leert reageren op de wereld. Dat leren is waarschijnlijk al begonnen vóór de derde maand van de zwangerschap.
3. Imitatie: De eerste brug naar anderen
Baby's kunnen al heel vroeg gezichten imiteren. Dit lijkt simpel, maar het is revolutionair: het kind ontdekt dat wat het in zijn eigen gezicht voelt, overeenkomt met wat het in een ander ziet. Dit is de eerste vorm van begrip, van afstemming, van "ik en jij".
4. Woorden geven betekenis
Dan komt taal. Een woord is in wezen een soort snelkoppeling: een klank die verwijst naar een hele reeks ervaringen. Voor een kind betekent het woord "water" niet alleen vloeistof, maar ook spetteren, dorst, badderen, regen. Taal ordent de wereld omdat het betekenis heeft. Daar kom ik later op terug.
De blinde en doofstomme Helen Keller beschreef ooit hoe ze bij een waterpomp plotseling begreep dat de tekens die haar lerares in haar hand schreef de betekenis hadden van de koude straal op haar andere hand. Dat moment – de verbinding van ervaring met een symbool – is de geboorte van betekenis.
5. Bewustzijn is sociaal
Kinderen leren taal niet uit een boek of van een scherm. Ze leren het van mensen. Door te kijken, na te doen, te reageren, te corrigeren, te lachen. Bewustzijn groeit in relaties. Zonder anderen is er geen taal, zonder taal is er geen betekenis, zonder betekenis is er geen bewustzijn zoals wij dat kennen.
6. Het 'ik' ontstaat door taal
Omdat baby's altijd bij hun voornaam worden genoemd, beschouwen ze zichzelf aanvankelijk als een ding zoals alle andere dingen. Als Johnny dorst heeft, zegt hij: "Johnny heeft dorst", omdat hij niet beter weet dan dat daarmee het ding Johnny bedoeld wordt.
Op een dag zegt een kind "ik". Dit lijkt vanzelfsprekend, maar het is een enorme stap. Het kind leert dat de betekenis van woorden als "ik", "jij", "hier" en "daar" verschuiven, afhankelijk van wie er spreekt. Dit inzicht -ons innerlijke perspectief- vormt de kern van zelfbewustzijn.
Later wordt taal ook innerlijk gebruikt: de stem in je hoofd waarmee je denkt, plant, twijfelt en reflecteert. Dit is geen mysterieus fenomeen, maar simpelweg taal die naar binnen is verschoven. Zoals eerder genoemd is taal geen voorwaarde voor denken, het gaat ook met non-verbaal, met qualia zelf dus.
7. Persoonlijke ervaringen of qualia
Er zijn ervaringen die iedereen lijkt te hebben, maar de meeste andere zijn persoonlijk. Ervaringen worden door wetenschappers qualia genoemd (enkelvoud: quale). Voorbeelden zijn de smaak van chocolade, de kleur rood, het gevoel verliefd te zijn of een intuïtie. In mijn benadering ontstaan qualia niet zomaar uit het niets, maar zijn ze een mix van:
- lichamelijke gewaarwordingen
- emoties
- herinneringen
- taal
- verwachtingen
- creativiteit
Iedereen heeft zijn eigen mix, dus over smaak valt niet te twisten.
Creativiteit ontstaat uit zelfreflectie, experimenteren met qualia die al aanwezig zijn.
De belangrijkste is wel de ontdekking van het zelf, nog vóór er taal is en waarschijnlijk al tijdens de zwangerschap. Het zelf is dus ook een quale.
8. De betekenis van taal.
Elk woord verwijst uiteindelijk naar een quale; qualia vormen daarom de basis waarop de betekenis van taal rust. Vanwege onze creativiteit is dit fundament wankel, en daarom is de wetenschappelijke consensus niet gebaseerd op qualia, maar op nauwgezette experimentele toetsing van theorieën.
Qualia kunnen wetenschappers echter wel vruchtbare ideeën opleveren.
Sterker nog: zonder qualia is wetenschap lam en zonder wetenschap zijn qualia blind.
9. Bewustzijn is geen mysterie, maar een groeiproces
Als je bewustzijn ziet als iets dat voortkomt uit:
- lichaam
- imitatie
- interactie
- taal
- zelfreflectie
dan verdwijnt het idee dat er een onverklaarbare "kloof" bestaat tussen de hersenen en de ervaring. Bewustzijn is geen mysterie dat zomaar uit het niets verschijnt, maar een architectuur van betekenis die we laagje voor laagje opbouwen.
10. De realiteit van qualia
Of qualia iets met de realiteit te maken hebben is een filosofische vraag waar ik alleen maar over kan zeggen dat onze menselijke realiteit daar niet op hoeft te lijken. De realiteit is echt een hard probleem, niet het bewustzijn, dat is alleen maar ongeveer zo ingewikkeld als een gigantische supercomputer waarvan de werking voor de meeste mensen ook al een hard probleem is.
Conclusie
Bewustzijn is niet iets wat we hebben, maar iets
wat we worden. Het groeit met ons mee, van onze eerste bewegingen tot de
innerlijke gesprekken die ons leven leiden. En dat is precies wat het
zo menselijk maakt.